In 2010 had Paris een fietsaandeel van 3%. In 2023 was dat 11,2% — en het aantal fietsritten was met 240% gestegen. De stad registreert nu dagelijks ongeveer 1 miljoen fietsritten.

Copenhagen heeft 390+ km beschermde fietspaden en een dagelijks fietspercentage van 62%. Amsterdam heeft 800.000 fietsen in een stad van 850.000 inwoners.

De belangrijkste les? De steden die de beste fietsinfrastructuur bouwden, bouwden ook de beste fietsdata.

Moderne Europese gescheiden fietsinfrastructuur

Paris: het transformatiemodel

Onder burgemeester Anne Hidalgo investeerde Paris EUR 250 miljoen in het Plan Vélo (2021-2026). Het fietsverkeer steeg met 240%, de luchtvervuiling daalde met ongeveer 50%.

Paris bouwde niet alleen infrastructuur — de stad investeerde zwaar in meting: telstations, verkeersenquêtes en dataplatforms die fietsgroei in real-time volgden.

Copenhagen en Amsterdam: de gouden standaard

Wat hen onderscheidt is niet alleen de infrastructuur — het is de datacultuur. Copenhagen publiceert elke twee jaar een Bicycle Account. Amsterdam gebruikt een netwerk van telstations, enquêtes en digitale tools.

De les: Bouw de data-infrastructuur naast de fysieke infrastructuur.

Waar Italië vandaag staat

Milan (Strade Aperte, Cambio Biciplan), Bologna (Città 30), Rome (GRAB-project), plus Turin, Florence, Padova en Ferrara investeren allemaal in fietsinfrastructuur.

Vijf lessen van Europese koplopers

  1. Bouw netwerken, geen losse segmenten
  2. Meet vanaf dag één
  3. Gebruik data als politiek schild
  4. Ontwerp voor iedereen, niet alleen enthousiastelingen
  5. Begin snel, itereer daarna

Italië’s fietsmoment

Italië heeft nu meer fietsfinanciering dan ooit. Wat het nodig heeft is data-infrastructuur die past bij de fysieke ambities.


Zie hoe het werkt

Meer informatie

Bronnen: